Kruimelpad
Strengere bestraffing van sociale fraude en sociale dumping
Op 30 december 2025 is de wet van 19 december 2025 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze wet heeft tot doel sociale fraude en sociale dumping strenger te bestraffen. Enerzijds worden de opdeciemen verhoogd, zodat de geldboetes in lijn worden gebracht met de prijsevolutie van de afgelopen jaren. Anderzijds wordt het sanctieniveau 4 strenger gemaakt, als het gaat om een inbreuk met een verzwarende factor. Met deze nieuwe wet wordt uitvoering gegeven aan het regeerakkoord.
De ambitie van het regeerakkoord
Eén van de ambities van de regering De Wever is het maximaal opvoeren van de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping. Dit ondermijnt immers het draagvlak van de sociale zekerheid, belemmert de goede werking van de arbeidsmarkt, verstoort de economie door oneerlijke concurrentie en brengt de veiligheid en gezondheid van werknemers en zelfstandigen in gevaar.
In het licht van deze doelstelling bevat het regeerakkoord drie concrete maatregelen om de bestraffing van sociale fraude en sociale dumping te verstrengen:
- Voor inbreuken uit het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor, moet de sanctie van niveau 4 worden verstrengd.
- De opdeciemen moeten worden verhoogd van 70 naar 90.
- Werkgevers die zich schuldig maken aan sociale dumping en niet bijdragen aan het systeem, mogen niet van dezelfde voordelen genieten als werkgevers die de regels wel volgen. Daarom moeten sociale fraudeurs gedurende een bepaald aantal kwartalen het recht op toekomstige RSZ-kortingen verliezen.
De wet van 19 december 2025 heeft de eerste twee maatregelen ingevoerd. De minister van Socialefraudebestrijding, de heer Rob Beenders, is samen met zijn administratie de laatste maatregel aan het uitwerken. Deze maatregel zal zo spoedig mogelijk in het Parlement worden toegelicht.
Verstrenging van sanctieniveau 4 voor inbreuken met een verzwarende factor
Het Sociaal Strafwetboek kent vier sanctieniveaus. Niveau 1 en 2 zijn de laagste niveaus en gelden voor lichte inbreuken, zoals de werkgever die bepaalde formaliteiten niet vervult of kennisgevingen niet verricht. Niveau 3 bestraft de inbreuken van gemiddelde ernst, zoals het niet (tijdig) betalen van loon. Niveau 4 bestraft de zware inbreuken, zoals zwartwerk en illegale arbeid.
Inbreuken van niveau 4 kunnen gepaard gaan met een verzwarende factor. Het “wetens en willens” plegen van een inbreuk van niveau 4 is een verzwarende factor. Bij de inbreuk van belemmering van toezicht maakt fysiek of psychologisch geweld of bedreiging van een sociaal inspecteur ook een verzwarende factor uit. Deze verzwarende factor moet dan verplicht door de rechter of door de administratie in overweging worden genomen bij het bepalen van de op te leggen sanctie.
Tot dusver leidde de aanwezigheid van een verzwarende factor er enkel toe dat de rechter hier verplicht rekening mee moest houden bij het bepalen van de strafmaat. Dit is echter veranderd met de wet van 19 december 2025. Wanneer de rechter of administratie voortaan een verzwarende factor vaststelt, dan mag het bedrag van de strafrechtelijke of administratieve geldboete niet lager zijn dan 50% van het vastgelegde maximumbedrag.
Sommige inbreuken die normaliter bestraft worden met een lager sanctieniveau, worden uiteindelijk toch met een sanctie van niveau 4 gestraft omdat ze “wetens en willens” werden gepleegd. Op deze inbreuken zijn de nieuwe regels niet van toepassing. Voor deze categorie inbreuken zou het feit dat ze “wetens en willens” werden gepleegd anders aanleiding geven tot een dubbele verhoging.
Verhoging van de opdeciemen voor geldboetes
De wet van 19 december 2025 beoogt ook de strafrechtelijke en administratieve geldboetes aan te passen aan de prijsevolutie van de afgelopen jaren, zodat de sancties hun afschrikkend effect behouden. Dit wordt verwezenlijkt door de opdeciemen te verhogen van 70 naar 90. Dit betekent concreet dat de bedragen van de geldboetes niet langer vermenigvuldigd moeten worden met 8 maar met 10. Deze verhoging van de opdeciemen geldt niet alleen voor inbreuken in het Sociaal Strafwetboek, maar ook voor strafbaarstellingen in andere strafwetten (bv. verkeersinbreuken). Alle geldboetes worden dus verhoogd.
Nieuwe sanctieniveaus
Deze tabel geeft de aangepaste strafrechtelijke en administratieve geldboetes weer, rekening houdend met de nieuwe hogere opdeciemen en met de strafverzwaring voor inbreuken van niveau 4 met een verzwarende factor.
Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
Niveau 1 | / | 100 – 1.000 EUR |
Niveau 2 | 500 – 5.000 EUR | 250 – 2.500 EUR |
Niveau 3 | 2.000 – 20.000 EUR | 1.000 – 10.000 EUR |
Niveau 4 | Natuurlijk persoon: 6.000 – 70.000 EUR Rechtspersoon: 30.000 – 720.000 EUR | 3.000 – 35.000 EUR |
Niveau 4 met verzwarende factor | Natuurlijk persoon: 35.000 – 70.000 EUR Rechtspersoon: 360.000 – 720.000 EUR | 17.500 – 35.000 EUR |
Voor inbreuken van niveau 4 met een verzwarende factor is er dus een zeer stevige verstrenging van de bestraffing. Vandaag worden rechtspersonen voor deze inbreuken bestraft hetzij met een strafrechtelijke geldboete van 24.000 EUR tot 576.000 EUR (incl. opdeciemen), hetzij met een administratieve geldboete van 2.400 EUR tot 28.000 EUR (incl. opdeciemen). Door toepassing van hogere opdeciemen en wanneer er sprake is van een verzwarende factor, dan wordt het minimumbedrag van de strafrechtelijke geldboete 360.000 EUR. Het minimumbedrag van de administratieve geldboete wordt 17.500 EUR. Bij sommige inbreuken moeten deze bedragen nog vermenigvuldigd worden met het aantal betrokken werknemers.
Inwerkingtreding van de twee nieuwe maatregelen
De wet van 19 december 2025 zal op 1 februari 2026 in werking treden. De nieuwe sancties zullen van toepassing zijn op inbreuken die na de inwerkingtreding ervan worden gepleegd. Op feiten die vóór de inwerkingtreding zijn gepleegd, blijven de vroegere sancties van toepassing.
Aandachtspunt
De geldboetes worden serieus aangescherpt in de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping. Voor alle inbreuken in het Sociaal Strafwetboek, ongeacht het sanctieniveau (1, 2, 3 of 4), moeten de geldboetes voortaan vermenigvuldigd worden met 10 in plaats van 8. Voor inbreuken van sanctieniveau 4 waarbij er een verzwarende factor wordt vastgesteld, is de minimum geldboete gelijk aan 50% van de maximum geldboete.