Newsflash
Arbeidstijd en vrije tijd

De wet van 18 mei 2026 voert een nieuw kader in voor vrijwillige overuren, dat de regeling inzake vrijwillige overuren vereenvoudigt en meer flexibiliteit biedt. Zo wordt het aantal vrijwillige overuren aanzienlijk opgetrokken tot 360 uur per jaar, wordt komaf gemaakt met het onderscheid tussen vrijwillige overuren en relance overuren en worden de administratieve verplichtingen teruggeschroefd. Er gelden voortaan wel beperkingen voor deeltijdse werknemers. 

Vrijwillige overuren 

Sinds 2017 liet het systeem van vrijwillige overuren werknemers toe om een beperkt quotum van 100 overuren per kalenderjaar te presteren indien zij dit wensten en de werkgever aanbood om overuren te presteren. Deze uren gaven geen recht op inhaalrust, maar wel op overloon. 

De gepresteerde vrijwillige overuren werden mee in aanmerking genomen voor de interne grens van 143 uren, met uitzondering van de eerste 25 gepresteerde uren. 

De voorwaarde voor deze overuren was dat de werknemer voorafgaand en uitdrukkelijk zijn schriftelijk akkoord had gegeven. Dit (hernieuwbaar) schriftelijk akkoord was maximum zes maanden geldig en vormde de wettelijke basis om deze overuren te mogen presteren.

Vrijwillige overuren werden onverenigbaar geacht met een vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof (zoals ouderschapsverlof). 

Relance uren

In het kader van de COVID-19-pandemie werd een bijkomend systeem van relance overuren gecreëerd, dat toeliet om 120 extra vrijwillige overuren te presteren die bovendien parafiscaal interessant waren (bruto = netto) en niet meetelden voor de interne grens. Dit systeem werd meermaals verlengd en liep tot en met 31 maart 2026.

Nieuw regime vanaf 1 april 2026

In de nieuwe regeling bestaat slechts één systeem van vrijwillige overuren, waardoor het onderscheid tussen vrijwillige overuren en relance overuren verdwijnt. 

Voortaan kunnen vrijwillige overuren enkel worden gepresteerd door voltijdse werknemers hetzij door deeltijdse werknemers die minstens drie jaar tewerkgesteld zijn in het kader van een deeltijdse arbeidsovereenkomst en op voorwaarde dat er een tijdelijke vermeerdering van werk is. Deze voorwaarden gelden niet voor deeltijdse werknemers die op 1 juni 2026 reeds verbonden waren door een akkoord inzake vrijwillige overuren. De wet bevestigt daarnaast de uitsluiting van werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof. 

Het quotum vrijwillige overuren dat per kalenderjaar gepresteerd kan worden, stijgt naar 360 uren (450 uren in de horecasector). Van deze 360 vrijwillige overuren zijn 240 uren (360 uren in de horecasector) vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing (bruto = netto). Voor deze uren is de werkgever bovendien geen overloontoeslag verschuldigd. De vrijwillige overuren tellen niet mee voor de interne grens.

Het presteren van vrijwillige overuren blijft onderworpen aan een uitdrukkelijk voorafgaand schriftelijk akkoord. Dit akkoord geldt voor één jaar en wordt telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe periode van een jaar. Het akkoord kan door elk van de partijen worden beëindigd mits naleving van een opzeggingstermijn van één maand, die ingaat op de dag na de opzegging.

De werkgever kan de werknemer niet verplichten om in te stemmen met het presteren van vrijwillige overuren of hem onderwerpen aan een nadelige behandeling omwille van het weigeren van dergelijk akkoord.

Inwerkingtreding en overgangsregeling

De nieuwe regeling treedt (retroactief) in werking op 1 april 2026. Akkoorden die vóór 1 april 2026 werden gesloten en lopen tot na die datum, blijven geldig. Vanaf 1 april 2026 vallen zij evenwel onder de nieuwe regels. Akkoorden gesloten vanaf 1 april 2026 tot en met 31 mei 2026, blijven eveneens geldig tot het verstrijken van de geldigheidsduur ervan en vallen onder de toepassing van de nieuwe regels. 

Wat betekent dit concreet? 

Vanaf 1 april 2026 kunnen werknemers, mits uitdrukkelijk voorafgaand schriftelijk akkoord, tot 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar presteren (450 uren in de horecasector), waarvan 240 uren (360 uren in de horecasector) niet onderworpen zijn aan overloon, belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Het akkoord geldt voor een jaar en wordt stilzwijgend verlengd totdat het wordt opgezegd. 

Deeltijdse werknemers kunnen slechts vrijwillige overuren presteren indien zij minstens 3 jaar deeltijds werken en er een tijdelijke vermeerdering van werk is. Dit geldt niet voor deeltijdse werknemers die op datum van publicatie van de wet verbonden waren door een geldig schriftelijk akkoord inzake vrijwillige overuren. Werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen in het kader van tijdskrediet of thematisch verlof, kunnen geen vrijwillige overuren presteren.