Kruimelpad
Eén ontslag, meerdere vergoedingen: is cumulatie mogelijk? Het Hof van Cassatie verduidelijkt de mogelijkheid tot cumulatie van verschillende ontslagvergoedingen.
In drie arresten van 12 oktober 2026 heeft het Hof van Cassatie verduidelijking gegeven over de mogelijkheid tot cumulatie van verschillende ontslaggerelateerde vergoedingen. Het Hof houdt daarbij rekening met de toepasselijke rechtsregels, maar kijkt vooral naar de vraag of dezelfde schade wordt vergoed op grond van dezelfde onderliggende feiten of oorzaak. De arresten hebben betrekking op de vergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag, discriminatie, misbruik van ontslagrecht en de bijzondere ontslagbescherming voor werknemersvertegenwoordigers.
Kennelijk onredelijk ontslag en discriminatie
In een eerste arrest buigt het Hof van Cassatie zich over de cumulatie van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en een schadevergoeding wegens discriminatie.
Het betrof een werknemer die veelvuldig afwezig was en uiteindelijk werd ontslagen omdat zijn afwezigheden de werking van de onderneming verstoorden.
Het Hof verwijst ten eerste naar de wettelijke bepaling die stelt dat een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag niet gecumuleerd kan worden met “enige andere vergoeding die door de werkgever verschuldigd is naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst”, behoudens de uitzonderingen waarin cao nr. 109 voorziet.
De vergoedingen die verschuldigd zijn wegens de bescherming tegen een bijzondere ontslagreden, zijn in principe “een vergoeding die door de werkgever verschuldigd is naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst”. Dit houdt in dat dergelijke vergoedingen niet gecumuleerd kunnen worden met een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Wanneer het ontslag discriminatoir is en daardoor kennelijk onredelijk is, is de forfaitaire vergoeding wegens discriminatie “een vergoeding die door de werkgever verschuldigd is naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst”. In dit geval kan de discriminatievergoeding bijgevolg niet gecumuleerd worden met een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Kennelijk onredelijk ontslag en misbruik van ontslagrecht
In een tweede arrest buigt het Hof van Cassatie zich over de cumulatie van een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht.
Het betrof een werknemer die eerst gesanctioneerd werd voor zijn gedrag door enkele dagen schorsing en enkele maanden later werd ontslagen omwille van hetzelfde gedrag, terwijl intussen geen enkele tekortkoming of fout werd vastgesteld.
Het Hof verwijst hier opnieuw naar het principe van niet-cumulatie van de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag met enige andere vergoeding die door de werkgever verschuldigd is naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Het Hof kijkt vervolgens naar de schade die wordt gedekt door beide vergoedingen. Een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag vergoedt op forfaitaire wijze de materiële en morele schade die voortvloeit uit het kennelijk onredelijk ontslag. Een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht vergoedt de schade die voortvloeit uit het misbruik.
Wanneer het ontslag kennelijk onredelijk is en op grond van dezelfde feiten en beoordelingen tevens rechtsmisbruik uitmaakt, zonder bijkomende of afzonderlijke fout, vergoeden de vergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag en wegens misbruik van het ontslagrecht dezelfde schade. In dit geval kunnen beide vergoedingen niet gecumuleerd worden.
Discriminatie en bijzondere bescherming voor werknemersvertegenwoordigers
In een derde arrest buigt het Hof van Cassatie zich over de cumulatie van een schadevergoeding wegens discriminatie en de bijzondere beschermingsvergoedingen voor de (kandidaat-)personeelsafgevaardigden.
Het betrof een personeelsafgevaardigde die werd ontslagen zonder naleving van de procedure van de wet van 19 maart 1991. De werkgever had de beschermingsvergoedingen betaald, maar de werknemer vorderde nog een schadevergoeding wegens discriminatie op basis van syndicale overtuiging.
Volgens het Hof heeft de Antidiscriminatiewet tot doel elke vorm van discriminatie op het vlak van arbeidsbetrekkingen te vermijden. De vergoeding wegens discriminatie vergoedt forfaitair de materiële en morele schade die voortvloeit uit discriminatie op het vlak van arbeidsbetrekkingen.
De bijzondere ontslagbescherming van de wet van 19 maart 1991 heeft volgens het Hof tot doel het risico te voorkomen dat de beschermde werknemer wordt ontslagen wegens zijn functie als personeelsafgevaardigde of wegens zijn kandidatuur. De beschermingsvergoedingen vergoeden forfaitair de materiële en morele schade die voortvloeit uit een ontslag in strijd met de bescherming.
Het Hof oordeelt dat de bijzondere ontslagbescherming van (kandidaat-)personeelsafgevaardigden een bijzondere vorm van bescherming tegen discriminatie op grond van syndicale overtuiging vormt. De bijzondere beschermingsvergoeding voor (kandidaat-)personeelsafgevaardigden vergoedt dus in principe dezelfde schade als de schade die wordt vergoed door de discriminatievergoeding wanneer de discriminatie bestaat in het discriminerende ontslag zelf. In dit geval kunnen beide vergoedingen dus niet gecumuleerd worden.
Aandachtspunt
De drie arresten van het Hof van Cassatie geven duidelijk aan dat verschillende ontslagvergoedingen naar aanleiding van één en dezelfde ontslaghandeling niet zomaar gecumuleerd kunnen worden. De rechtsgrond, het doel en de schade die door elke vergoeding wordt gedekt, moeten dan ook zorgvuldig worden beoordeeld alvorens te besluiten dat de vergoedingen kunnen worden gecumuleerd. Dit moet geval per geval bekeken worden.