Newsflash
Fiscaliteit en sociale zekerheid

De wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen heeft het bijzondere belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen (BBIB) en voor ingekomen onderzoekers (BBIO) versterkt. Deze wijzigingen zijn van toepassing op bezoldigingen toegekend vanaf 1 januari 2025. Een fiscale circulaire van 1 april 2026 heeft de toepassingsvoorwaarden van deze wijzigingen verduidelijkt en in het bijzonder de mogelijke aanpassingen voor bestaande contracten toegelicht.

  1. Overzicht van de regeling en de nieuwe regels

Het belangrijkste voordeel van het BBIB en BBIO bestaat in de mogelijkheid voor de werkgever om aan de ingekomen belastingplichtige een forfaitaire vergoeding te betalen die is vrijgesteld van Belgische belastingen en Belgische socialezekerheidsbijdragen en dit als terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever.

De wijzigingen via de wet van 18 december 2025 zijn de volgende:

 

Vóór 1 januari 2025

Vanaf 1 januari 2025

Forfaitaire vergoeding vrijgesteld van belasting

30%

35%

Jaarlijks plafond van fiscale vrijstelling

90.000 EUR

Afgeschaft

Forfaitaire vergoeding vrijgesteld van RSZ

30%

30% (ongewijzigd)

Jaarlijks plafond van RSZ-vrijstelling

90.000 EUR

90.000 EUR (ongewijzigd)

Drempel van de minimale bruto bezoldiging 

(enkel BBIB)

> 75.000 EUR

> 70.000 EUR

Deze wijzigingen zijn van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2025.

  1. Verschil tussen fiscaliteit en sociale zekerheid

De verhoging van het plafond naar 35% en de afschaffing van het plafond van 90.000 EUR gelden enkel op fiscaal vlak voor werknemers.

Op dit moment is de RSZ-reglementering niet aangepast, wat betekent dat de plafonds van 30% en 90.000 EUR van toepassing blijven voor de berekening van de RSZ-bijdragen voor werknemers. Met dit verschil moet rekening worden gehouden bij het uitwerken van de verloningspakketten voor ingekomen werknemers.

Voor zelfstandige bedrijfsleiders bestaat dit verschil niet. De socialezekerheidsbijdragen voor zelfstandigen (RSVZ) worden berekend op de fiscale belastbare basis.

  1. De vergoeding moet bovenop de bezoldiging worden betaald

Een essentiële voorwaarde van de regeling is dat de forfaitaire vergoeding bovenop de bezoldiging van de ingekomen werknemer moet worden betaald, en niet inbegrepen mag zijn in een globaal bruto bedrag waarvan wordt verondersteld dat het de vergoeding reeds omvat.

In de praktijk is het daarom aangewezen om deze structuur vast te leggen in de arbeidsovereenkomst of in een addendum, waarbij een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de bruto bezoldiging en anderzijds de forfaitaire vergoeding.

  1. Aanpassing van bestaande arbeidsovereenkomsten

De fiscale circulaire bevestigt dat werkgevers bestaande arbeidsovereenkomsten kunnen aanpassen om de nieuwe fiscale grenzen toe te passen, mits naleving van het arbeidsrecht en met uitwerking ten vroegste vanaf 1 januari 2025.

Concreet kan de contractuele aanpassing betrekking hebben op:

  • de verhoging van de forfaitaire vergoeding van 30% naar 35% van de bruto bezoldiging en/of de afschaffing van het plafond van 90.000 EUR;
  • een vermindering van de contractueel voorziene bruto bezoldiging om de verhouding tussen bezoldiging en vrijgestelde vergoeding te optimaliseren.

Wat eventuele retroactieve wijzigingen betreft, moeten deze uiterlijk binnen de 3 maanden na de publicatie van de circulaire van 1 april 2026 worden doorgevoerd, dus uiterlijk op 30 juni 2026. De fiscale fiches met betrekking tot het jaar 2025 moeten in voorkomend geval worden gecorrigeerd en er zullen rechtzettende aangiften in de bedrijfsvoorheffing moeten ingediend worden.

Deze contractuele aanpassingen zullen enkel fiscale gevolgen hebben: de bezoldiging waarop RSZ-bijdragen werden berekend voor reeds verstreken periodes kan niet meer naar beneden worden herzien.

  1. Cijfermatig voorbeeld

De circulaire geeft een concreet voorbeeld van een ingekomen werknemer van wie de jaarlijkse bruto bezoldiging is vastgesteld op 77.000 EUR en die geniet van een vergoeding van 30% (23.100 EUR).

Na retroactieve contractuele aanpassing vanaf 1 januari 2025:

  • bruto bezoldiging: verlaagd naar 74.148,15 EUR (de RSZ-bijdragen blijven verschuldigd op 77.000 EUR voor reeds verstreken periodes);
  • van belasting vrijgestelde vergoeding: 35% x 74.148,15 EUR = 25.951,85 EUR (tegenover 23.100 EUR voordien);
  • de bruto kost voor de werkgever blijft ongewijzigd, maar het van belastingen vrijgestelde deel stijgt met 2.851,85 EUR per jaar.
  1. Aandachtspunten

Elke wijziging van de arbeidsovereenkomst vereist een addendum dat door beide partijen wordt ondertekend, waarbij een wijziging van de bruto bezoldiging ook gevolgen kan hebben voor volgende elementen (waarmee zorgvuldig rekening moet worden gehouden):

  • vakantiegeld en eindejaarspremie (de impact kan worden geneutraliseerd indien de berekeningsbasis van de vergoeding deze componenten omvat);
  • loonindexering (de impact kan worden geneutraliseerd in de mate dat de vergoeding wordt uitgedrukt als een percentage van de bezoldiging);
  • bijdragen in aanvullende pensioenplannen (controleer de regels voor de berekening van de bijdragen in het pensioenreglement; controleer de naleving van de 80%-regel);
  • variabele verloningsplannen (indien bonussen berekend worden op de bruto bezoldiging);
  • socialezekerheidsuitkeringen (berekend op de aan bijdragen onderworpen bezoldiging);
  • enz.

Er bestaat geen enkele wettelijke verplichting om deze wijzigingen door te voeren. Elk geval vereist een analyse geval per geval en het akkoord van zowel de werkgever als de werknemer.

Actiepunt 

Werkgevers worden uitgenodigd om na te gaan of de arbeidsovereenkomsten reeds de nieuwe fiscale grenzen weerspiegelen (35% / afschaffing van het plafond van 90.000 EUR).

Het is ook aangewezen om de werknemers te identificeren die reeds genieten van het BBIB of het BBIO binnen de onderneming en te beoordelen of het opportuun is om de bruto bezoldiging te verlagen met een evenredige verhoging van de vrijgestelde vergoeding (rekening houdend met alle daarmee samenhangende gevolgen en het verschil tussen de fiscale en sociaalzekerheidsrechtelijke regeling).