Nieuwe circulaire verduidelijkt de toepassing van het sociaal passief

Terug
Datum:
16 Aug 2021

De nieuwe fiscale circulaire 2021/C/67 van 20 juli 2021 over de vrijstelling voor sociaal passief ingevolge het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden, die een addendum vormt aan de eerdere circulaire 2019/C/138 van 20 december 2019 verhelpt een aantal onduidelijkheden in de toepassing van het sociaal passief.

De wet van 26 december 2013 aangaande de invoering van een eenheidsstatuut voerde onder meer een fiscale vrijstelling "sociaal passief" in en dit vanaf 2019. Dit is een balansprovisie om de toekomstige (bijkomende) ontslagkosten te dekken die voortvloeien uit de invoering van het eenheidsstatuut, die onder meer de opzeggingstermijnen uniformiseerde.

Dankzij deze wetgeving kan de werkgever per individuele werknemer die een bepaalde anciënniteit (met name vijf jaar na 1 januari 2014) in het eenheidsstatuut heeft bereikt, een bepaald deel van zijn winsten of baten vrijstellen van vennootschapsbelasting. Dat deel wordt vastgesteld op het loon van drie weken per begonnen jaar en op het loon van één week na 20 jaar anciënniteit in het eenheidsstatuut.

Het vrijgestelde bedrag in de vennootschapsbelasting dient echter terug aan de winsten of baten te worden toegevoegd op het ogenblik dat de betrokken werknemer het bedrijf verlaat (ongeacht de reden). Aangezien de vrijstelling pas na 5 jaar anciënniteit in het eenheidsstatuut start, had de maatregel slechts een daadwerkelijke fiscale impact vanaf 2019.

Een Koninklijk Besluit van 4 april 2019 legt het maximum basisloon nu vast. Tot een bruto maandloon van 1.500 EUR wordt het sociaal passief integraal in rekening gebracht; op de loonschijf tussen 1.501 EUR en 2.600 EUR slechts 30%; met de loonschijf boven 2.600 EUR wordt er geen rekening gehouden.

Een eerste fiscale circulaire van 20 december 2019 zorgde voor een aantal verduidelijkingen omtrent het sociaal passief. In een addendum aan deze eerste circulaire licht de fiscale administratie dit systeem verder toe en komt ze ook terug op eerder ingenomen standpunten.

De belangrijkste wijziging is dat de fiscale administratie niet langer vereist dat de werknemers in kwestie onderworpen zijn aan het Belgisch sociaal zekerheidsstelsel. De toepasselijke wetgeving vereiste dit niet, maar in de eerste circulaire werd deze voorwaarde door de fiscale administratie echter wel opgenomen. De fiscale administratie komt nu (retroactief) terug op standpunt.

Verder wordt verduidelijkt dat het enkel en dubbel vakantiegeld van arbeiders en het dubbel vakantiegeld van bedienden uitgesloten wordt uit de berekeningsbasis van de referentiebezoldiging.

Tot slot wordt een en ander verduidelijkt omrent het attest 281.78. Dit is het attest dat jaarlijks via Belcotax ingediend moet worden om gebruik te kunnen maken van het sociaal passief.

Actiepunt

De nieuwe fiscale circulaire over het sociaal passief heeft een aantal verduidelijkingen aangebracht. De belangrijkste wijziging is dat niet langer vereist is dat de werknemers in kwestie onderworpen zijn aan het Belgisch sociaal zekerheidsstelsel.