Tijdsregistratie opgelegd door EHJ - Arrest 14 mei 2019 (C-55/18)

Terug
Datum:
17 Mei 2019

Volgens het Europees Hof van Justitie zou elke lidstaat aan werkgevers moeten opleggen om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd. Dit arrest is geveld naar aanleiding van prejudiciële vragen gesteld door het Spaans gerecht, maar is eveneens relevant voor België.

In België bestaat er, net zoals in Spanje, geen algemene verplichting om de arbeidstijd van elke werknemer te registreren. Op vandaag wordt slechts in een sporadisch aantal gevallen voorzien in een verplichting tot opvolging van de tijd. Denk onder meer aan werknemers die een glijdend uurrooster hebben (art. 20ter Arbeidswet) of deeltijdse werknemers die afwijken van hun uurrooster.

Het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld dat dit niet in lijn is met de Europese Richtlijn 2003/88/EG die lidstaten oplegt de nodige maatregelen te nemen om de dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur te laten naleven. Volgens het Hof zou de enige wijze om hieraan te voldoen inhouden dat aan werkgevers de verplichting wordt opgelegd om een tijdsregistratiesysteem toe te passen.

Het arrest dreigt dus een grote impact te hebben. Zo ver is het echter nog niet, want eerst zou België haar wetgeving moeten aanpassen. Zo lang dit niet gebeurd is, hebben de Belgische rechters weliswaar de verplichting om de bestaande wetgeving te interpreteren in het licht van de Europese richtlijn, maar dit betekent echter nog niet noodzakelijk dat een rechter een werkgever kan verplichten een tijdsregistratiesysteem in te voeren.

To be continued.

> We volgen deze discussie voor jullie op.