Studie naar resultaatsbonusplannen - Bonussen voor bedienden raken steeds meer ingeburgerd

Terug
Datum:
26 Jun 2014

Claeys & Engels heeft een grootschalige studie gevoerd naar resultaatsbonusplannen in het kader van CAO nr. 90 (de zogenaamde niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen), in nauwe samenwerking met Vlerick en Hudson. De studie kreeg eerder deze week heel wat aandacht in de pers. Hierbij vindt u de eerste resultaten.

Steeds meer bedienden hebben recht op een bonus. Deze groei is grotendeels te danken aan CAO nr. 90. In 2009 hadden slechts 5% van de uitvoerende bedienden recht op een resultaatsbonus. In 2011 was dit gestegen tot 20% en in 2014 zelfs tot 40%.

Als belangrijkste beweegreden om een resultaatsbonusplan in te voeren, verwijzen bedrijven naar het ondersteunen van de strategische doelstellingen (31%) en naar fiscale optimalisatie (29%).

Het onderzoek toont echter ook aan dat bedrijven de resultaatsbonusplannen nog te weinig aanwenden als instrument van strategisch belonen. Voor de uitvoerende bedienden wordt in 47% van de plannen gewerkt met louter financiële criteria, zoals winstgevendheid en/of omzet. Er wordt weinig gebruik gemaakt van strategische criteria, zoals innovatie, klantentevredenheid, en duurzaamheid. Daarenboven maken liefst 86% van de bedrijven voor hun uitvoerende bedienden enkel gebruik van criteria op het niveau van de lokale vestiging en/of het bedrijf als geheel. Dit terwijl wetenschappelijk onderzoek aantoont dat het net van belang is de doelstellingen voldoende dicht bij de werknemers te brengen, en af te dalen tot op teamniveau.

De grootste kritiek op CAO nr. 90 is het gebrek aan mogelijkheid tot individuele differentiatie, maar een aantal bedrijven hebben daar originele oplossingen voor gevonden, zoals blijkt uit de volgende link:  Newsletter .

 

Actiepunt

  1. Ga naar deze link  om de uitgebreide resultaten te bekijken.
  2. Denk na over concrete doelstellingen op teamniveau om de strategische doelstellingen van de onderneming te helpen realiseren.