Meerderheid Arbeidshoven erkent mogelijkheid afstand te doen van beschermingsvergoeding na ontslag

Terug
Datum:
25 Mei 2010

<p>Kan een (kandidaat-)personeelsafgevaardigde afstand doen van zijn/haar beschermingsvergoeding na zijn/haar ontslag? Deze vraag werd deze maand beslecht door het Arbeidshof te Brussel.</p>

Kan een (kandidaat-)personeelsafgevaardigde afstand doen van zijn/haar beschermingsvergoeding na zijn/haar ontslag? Deze vraag werd deze maand beslecht door het Arbeidshof te Brussel.

Zoals u weet, kan een (kandidaat-)personeelsafgevaardigde enkel ontslagen worden na het volgen van de procedures voorzien door de wet van 19 maart 1991 (ontslag om dringende reden of ontslag om economische/technische redenen). Bij niet-naleving van de procedure, is een beschermingsvergoeding verschuldigd die varieert van twee tot acht jaar loon.

Vroegere rechtspraak kwam tot de conclusie dat een beschermde werknemer nooit geldig afstand kan doen van die beschermingsvergoeding.

In casu had een beschermde werknemer een dading gesloten na de beëindiging van zijn tewerkstelling. Niettemin vorderde hij achteraf de betaling van de beschermingsvergoeding. Specifiek hierover, bevestigt het Arbeidshof te Brussel enerzijds dat de beschermingsregeling voor (kandidaat-)personeelsafgevaardigden zoals vervat in de wet van 19 maart 1991, van openbare orde is. Anderzijds bevestigt het Arbeidshof dat de beschermingsvergoeding niet van openbare orde is.

Dit betekent dat een beschermde werknemer, hoewel hij/zij géén afstand kan doen van zijn/haar bescherming, wel afstand kan doen van de beschermingsvergoeding nà¡ de uitdiensttreding en dus van zodra het vaststaat dat men aanspraak kan maken op de beschermingsvergoeding.

Na het Arbeidshof te Gent in 2003 en het Arbeidshof te Antwerpen in 2007, is het Arbeidshof te Brussel aldus (minstens) het derde Arbeidshof dat deze stelling uitdrukkelijk bevestigt. Hiermee mag worden aangenomen dat de bestaande controverse over dit punt geleidelijk zal wegebben.