Geen discriminatie in de berekening van het aanvullend pensioen van een deeltijdse werknemer. Het Europees Hof van Justitie spreekt zicht uit

Terug
Geen discriminatie in de berekening van het aanvullend pensioen van een deeltijdse werknemer. Het Europees Hof van Justitie spreekt zicht uit
Categories
Newsflash
Onderwerpen
Aanvullende pensioenen
Datum:
24 Aug 2017

Op 13 juli 2017 besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie (arrest C-354/16) dat het loon van een deeltijds werkende aangeslotene niet moet worden omgezet in een voltijds loon voor de berekening van het aanvullend pensioen, zelfs niet wanneer men in de berekeningsmethode (in het kader van een vaste prestatie plan) een verschillend percentage toepast op het deel van het loon dat onder het loonplafond ligt dan op het deel van het loon boven dit plafond.    

Mevrouw Kleinsteuber was deeltijds tewerkgesteld bij een onderneming in Duitsland.

Het pensioenplan van deze onderneming is van het type vaste prestaties. De jaarlijkse rente wordt berekend op basis van een pensioenformule, die rekening houdt met 0,6% van het deel van het referentieloon onder de premiebijdragegrens van het wettelijk pensioen, en met 2,0% van het deel van het referentieloon boven deze grens. Het gaat hier om een zogenaamde "gesplitste formule", die van toepassing is op zowel voltijdse als deeltijdse werknemers.

In het bedrijfspensioenplan wordt het loon van een deeltijdse werknemer eerst bepaald aan de hand van het loon van een voltijdse werknemer en vervolgens verlaagd naar rato van het gemiddelde tewerkstellingspercentage over de gehele diensttijd. Dit verminderd referentieloon wordt vervolgens gebruikt in de gesplitste formule (0,6% S1 + 2,0% S2).

Mevrouw Kleinsteuber betwist deze berekeningsmethode. Zij is van oordeel dat de formule eerst moet worden toegepast op het loon van een voltijdse werknemer en dat er pas nadien rekening moet worden gehouden met het deeltijds tewerkstellingspercentage. De berekeningsmethode die Mevrouw Kleinsteuber inroept, wordt  doorgaans toegepast in België.

Het Hof van Justitie oordeelt dat de berekeningsmethode van het bedrijfspensioenplan niet discriminatoir is. Het loon van een deeltijdse werknemer in Duitsland moet met andere woorden niet eerst worden omgezet in een voltijds loon alvorens de gesplitste formule toe te passen.

Het Hof herinnert eraan dat het aanvullend pensioen tot doel heeft om het wettelijk pensioen aan te vullen. Het bedrijfspensioenplan heeft de bedoeling om de levenstandaard die de werknemer had tijdens zijn actieve loopbaan, op het moment van zijn pensionering te weerspiegelen.

De "gesplitste formule" heeft tot legitiem doel om rekening te houden met de verschillende dekkingsbehoeften voor de delen van het loon onder en boven de premiebijdragegrens van het wettelijk pensioen. Er is geen nood aan een bijkomende dekking wanneer men een loon ontvangt onder deze grens, ook niet bij een deeltijdse tewerkstelling.  Integendeel, anders zou dit ertoe leiden dat het beroepsinkomen van de betrokken werknemer wordt overschat. 

Het Hof ziet het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen als een geheel, dat het vervangingsinkomen vormt.

> Key message
In de meeste Belgische pensioenplannen van het type vaste prestaties met een “gesplitste formule”, wordt voor de deeltijds werkende aangeslotenen het loon eerst omgezet in een voltijds loon, en past men vervolgens een deeltijdse factor toe op de diensttijd.  Ondanks dit arrest is deze methode o.i. nog steeds correct aangezien het plafond voor de berekening van het Belgische wettelijk pensioen voor een deeltijdse werknemer (minder dan 312 voltijdse dagequivalenten) ook geproratiseerd wordt.