Het Europees Hof voor de rechten van de mens spreekt zich uit over de grenzen aan de syndicale vrije meningsuiting

Terug
Datum:
22 Sep 2011

<p>Op 12 september 2011 sprak het Europees hof voor de rechten van de mens te Straatsburg het arrest uit in de zaak Palomo Sanchez et al. tegen Spanje. In dit arrest bevestigt het Hof het recht op vrije meningsuiting maar stelt dat dit recht geen absolute vrijgeleide kan zijn om anderen schade te berokkenen.</p>

Op 12 september 2011 sprak het Europees hof voor de rechten van de mens te Straatsburg het arrest uit in de zaak Palomo Sanchez et al. tegen Spanje. In dit arrest bevestigt het Hof het recht op vrije meningsuiting maar stelt dat dit recht geen absolute vrijgeleide kan zijn om anderen schade te berokkenen.

In casu ging het om een aantal koeriers van een Spaanse onderneming die reeds jaren ijverden om een bepaald sociaal zekerheidsstatuut te laten erkennen. Daartoe hadden zij zich verenigd in een vakorganisatie en meerdere rechtszaken tegen de onderneming ingeleid. Naar aanleiding van een rechtszaak waarin twee zelfstandige koeriers van de onderneming getuigd hadden in het voordeel van de onderneming publiceerde die vakorganisatie in haar bulletin (dat verdeeld en aangeplakt werd in de onderneming) een sexueel getinte cartoon van die twee getuigen en de HR manager. In de artikels die in hetzelfde bulletin verschenen werd kritiek geuit op de gedragingen van de getuigen in zeer denigrerende bewoordingen. De onderneming besloot daarop om de werknemersvertegenwoordigers die het bulletin hadden verspreid te ontslaan op grond van dringende reden.

De werknemersvertegenwoordigers hebben dit ontslag aangevochten. Zij oordeelden dat ze onterecht ontslagen werden omdat ze lid waren van een syndicale organisatie, en dat het ontslag een inbreuk was op hun vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting.

Het Hof stelt in zijn arrest dat er inderdaad een vrijheid van meningsuiting is maar dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen kritiek uiten en beledigen. De nationale rechter had volgens het Hof op correcte wijze vastgesteld dat de cartoons in kwestie beledigend waren. Met betrekking tot de vraag of het ontslag niet buiten proportie is ten opzichte van de gemaakte inbreuk stelt het Europees Hof dat, in een professionele omgeving, bepaalde gedragingen, en in het bijzonder een aantasting van de eerbaarheid van personen wel degelijk zware sancties kunnen verantwoorden. Het Hof is van oordeel dat in deze er geen onevenwicht is tussen de inbreuk en het ontslag.